Zo bereken je je nettosalaris in 2026
Van je brutoloon gaat loonheffing af: inkomstenbelasting plus premies volksverzekeringen. Daar staan twee kortingen tegenover die de Belastingdienst automatisch verrekent — de algemene heffingskorting en de arbeidskorting. Wat overblijft is je nettoloon. Bij een bruto maandsalaris van €2.500 houd je in 2026 ongeveer € 2.313 netto over, bij €3.500 ongeveer € 2.906.
Bruto-netto tabel 2026
| Bruto per maand | Netto per maand | Belastingdruk |
|---|---|---|
| € 2.000 | € 1.983 | 3% |
| € 2.500 | € 2.313 | 10% |
| € 3.000 | € 2.616 | 15% |
| € 3.500 | € 2.906 | 19% |
| € 4.000 | € 3.179 | 23% |
| € 4.500 | € 3.427 | 26% |
| € 5.000 | € 3.674 | 28% |
| € 6.000 | € 4.170 | 32% |
| € 7.500 | € 4.859 | 37% |
De effectieve belastingdruk loopt op met je inkomen: bij lagere salarissen drukken de heffingskortingen de belasting fors (soms tot bijna nul), bij hogere salarissen bouwen diezelfde kortingen af en betaal je bovendien het toptarief van 49,5% over het deel boven €78.426.
De belastingschijven van 2026
| Schijf | Jaarinkomen | Tarief |
|---|---|---|
| 1 | tot € 38.883 | 35,75% |
| 2 | € 38.883 – € 78.426 | 37,56% |
| 3 | boven € 78.426 | 49,5% |
Deze tarieven gelden voor werknemers onder de AOW-leeftijd. Schijf 1 bestaat uit 8,10% belasting en 27,65% premies volksverzekeringen; AOW-gerechtigden betalen geen AOW-premie en hebben dus een lager tarief in schijf 1.
Rekenvoorbeeld: modaal salaris
Neem een salaris van €3.850 bruto per maand. Met vakantiegeld is dat € 49.896 bruto per jaar. De belasting daarover vóór kortingen is € 18.037. Daar gaan de algemene heffingskorting (€ 1.825) en de arbeidskorting (€ 5.405) vanaf, zodat € 10.807 loonheffing overblijft. Netto per jaar: € 39.089, oftewel zo'n € 3.105 per maand plus eenmalig € 1.831 netto vakantiegeld.
Wat deze berekening wél en niet meeneemt
Wél: de officiële belastingschijven, algemene heffingskorting, arbeidskorting en 8% vakantiegeld (belast tegen het bijzonder tarief). Niet: pensioenpremie (verschilt per werkgever en fonds, vaak 4–8% van je bruto), bijtelling voor een leaseauto, reiskosten- en thuiswerkvergoedingen, en de 30%-regeling voor expats. Betaal je pensioenpremie, dan is je nettoloon lager dan hier getoond, maar je belastbare loon ook — het verschil is dus kleiner dan de premie zelf.
Werkgeverslasten: wat kost jij je werkgever?
Bovenop je brutoloon betaalt je werkgever premies werknemersverzekeringen (WW en arbeidsongeschiktheid) en de werkgeversheffing Zorgverzekeringswet van 6,1% (tot een loon van € 79.409). In totaal kost een werknemer de werkgever al snel 25–30% méér dan het brutoloon. Die premies zie jij niet op je loonstrook — je betaalt ze niet zelf.