De vrijstellingen van 2026 op een rij
| Ontvanger | Vrijstelling 2026 |
|---|---|
| Kind — jaarlijks | € 6.908 |
| Kind 18-40 — eenmalig verhoogd, vrij besteedbaar | € 33.129 |
| Kind 18-40 — eenmalig voor een dure studie | € 69.009 |
| Kleinkind en alle anderen — jaarlijks | € 2.769 |
De eenmalig verhoogde vrijstellingen zijn een keuze: één keer in het leven, één van de twee varianten, en in dat jaar in plaats van de jaarlijkse vrijstelling. Voorwaarde is dat het kind (of diens fiscale partner) op het moment van schenken 18 tot en met 40 jaar is — de dag van de 40e verjaardag telt nog mee. Voor de studievariant moet de opleiding minstens €20.000 per jaar kosten.
De tarieven boven de vrijstelling
| Ontvanger | Tot € 158.669 | Daarboven |
|---|---|---|
| Partner of kind | 10% | 20% |
| Kleinkind | 18% | 36% |
| Overige verkrijgers | 30% | 40% |
Rekenvoorbeeld: een ton voor je kind
Ouders schenken hun dochter € 100.000 (buiten de eenmalige vrijstelling om). Na de jaarlijkse vrijstelling van € 6.908 blijft € 93.092 belast tegen 10%: € 9.309 schenkbelasting. Een grootouder die een kleinkind € 25.000 schenkt, ziet daarvan € 4.001 naar de Belastingdienst gaan (18%) — schenken via de tussengeneratie is fiscaal dus voordeliger.
Slim schenken: spreiden en plannen
Schenkbelasting is grotendeels een keuze: wie jaarlijks binnen de vrijstelling schenkt, draagt over tien jaar € 69.080 per kind belastingvrij over. Dat verlaagt bovendien de latere erfenis (en dus de erfbelasting, waar de tarieven identiek zijn maar de vrijstellingen kleiner) en kan je eigen box 3-vermogen onder de heffingsgrens brengen. Twee aandachtspunten: schenkingen binnen 180 dagen vóór overlijden tellen alsnog als erfenis, en wie ooit vóór 2024 een jubelton-vrijstelling gebruikte, kan de eenmalig verhoogde vrijstelling niet nogmaals benutten.