Zo werkt box 3 in 2026
Over je vermogen betaal je geen belasting op wat je écht verdient, maar op een fictief (forfaitair) rendement. De Belastingdienst rekent in 2026 met 1,28% rendement op banktegoeden, 6% op beleggingen en andere bezittingen, en trekt 2,7% af over je schulden (boven de drempel). Over dat fictieve rendement betaal je 36% belasting — maar alleen voor zover je vermogen boven het heffingsvrije bedrag van € 59.357 per persoon uitkomt. Peildatum is 1 januari 2026; wat je later in het jaar spaart of belegt, telt pas volgend jaar mee.
Spaarders betalen weinig, beleggers veel
Het verschil tussen de forfaits is groot: € 100.000 spaargeld wordt geacht € 1.280 op te leveren, terwijl € 100.000 aan beleggingen voor € 6.000 in de boeken gaat — ruim vier keer zoveel. Wie belegt maar in werkelijkheid minder dan 6% rendement haalde, kan achteraf de tegenbewijsregeling gebruiken (zie de veelgestelde vragen).
Box 3-belasting op spaargeld (2026)
| Spaargeld | Alleenstaand | Fiscale partners |
|---|---|---|
| € 75.000 | € 72 | € 0 |
| € 100.000 | € 187 | € 0 |
| € 150.000 | € 417 | € 144 |
| € 200.000 | € 648 | € 374 |
| € 300.000 | € 1.108 | € 834 |
| € 500.000 | € 2.030 | € 1.756 |
Rekenvoorbeeld: gemengd vermogen met schuld
Iemand heeft € 150.000 spaargeld, € 75.000 aan beleggingen, een tweede woning van € 200.000 (WOZ) en een schuld van € 100.000. Het belastbare rendement komt uit op € 15.822; na verwerking van het heffingsvrij vermogen resteert een voordeel van € 12.964 en een aanslag van € 4.667. (Dit is het officiële rekenvoorbeeld van de Belastingdienst — onze calculator komt op de euro op hetzelfde bedrag uit.)
Let op: twee percentages zijn nog voorlopig
Het forfait voor beleggingen (6%) staat definitief vast, maar de percentages voor banktegoeden en schulden zijn gebaseerd op de actuele rentestanden en worden pas begin 2027 definitief. Je definitieve aanslag over 2026 kan daardoor iets afwijken van deze berekening — historisch zijn de bijstellingen klein.