Zo werkt vakantiegeld
Vakantiegeld — officieel vakantiebijslag — is wettelijk minimaal 8% van je brutoloon. Je bouwt het maandelijks op over een opbouwperiode die bij de meeste werkgevers van juni tot en met mei loopt, en krijgt het meestal in mei in één keer uitbetaald. Bij €3.000 bruto per maand bouw je over een vol jaar € 2.880 op. Kwam je in december in dienst, dan heb je in mei zes maanden opgebouwd: bij €2.600 per maand is dat € 1.248.
Vakantiegeld per salaris (8%, vol jaar)
| Bruto per maand | Bruto vakantiegeld |
|---|---|
| € 2.000 | € 1.920 |
| € 2.500 | € 2.400 |
| € 3.000 | € 2.880 |
| € 3.500 | € 3.360 |
| € 4.000 | € 3.840 |
| € 5.000 | € 4.800 |
Wat telt mee — en wat niet
De grondslag is je brutoloon inclusief overuren (sinds 2018), provisie en vaste toeslagen zoals een ploegentoeslag. Niet meegeteld worden winstuitkeringen, eenmalige bonussen, onkostenvergoedingen en de auto van de zaak. Werk je wisselende uren, reken dan met je gemiddelde maandloon over de opbouwperiode — daarom vraagt de calculator daar expliciet naar.
Let op het verschil tussen bruto en netto
Het bedrag dat in mei op je loonstrook staat, valt vaak tegen: vakantiegeld wordt belast tegen het bijzonder tarief, zonder verrekening van heffingskortingen. Bij een modaal salaris houd je van € 2.880 bruto ongeveer € 1.672 netto over. Hoe dat precies werkt — en waarom je te veel ingehouden belasting via de aangifte terugkrijgt — lees en bereken je op de netto-vakantiegeldpagina.
All-in loon en maandelijkse uitbetaling
Sommige werkgevers (vooral bij flexwerk en horeca) betalen het vakantiegeld maandelijks uit als onderdeel van een "all-in" uurloon. Dat mag onder voorwaarden, maar het moet duidelijk op je loonstrook staan als aparte component. Krijg je all-in loon, dan komt er in mei dus níets extra's — je hebt het al gehad. Controleer je loonstrook of het percentage klopt (minimaal 8%).